mijn scheepje

ik wil een zolder die de wind herkent

ik wil een zolder die de wind herkent
zijn adem slaapt er bloot onder de pannen
hij warmt zijn handen aan een oude kachel
en luistert naar de wormen in het hout

hij is de moeder van de woordloze verhalen
het ongeschrevene
een archivaris van het bloed

een zolder die zijn geest kan onderbrengen zoek ik
ruimte voor het rijpen van zijn boek