mijn scheepje

in de winterse kamer

In de winterse kamer zoeken jouw schoenen
tevergeefs de warmte van je voeten.
Je pak hangt kouwelijk over de kapstok.
Het bed wacht op je rug, op je ruisende adem.
Ongerust waakt het tot je terugkomt.
Ook de dingen moeten leren
dat jij er nooit meer zult zijn.