mijn scheepje

met sierlijke tenen

Met sierlijke tenen tasten kwallen
hun blauwige plaats op de bühne af.
Messcherpe vissen flitsen licht.
Een krab in houten livreipak
komt op knikkende knieën langs.

Ik zal altijd een mossel blijven,
stevig aan mijn stoel gekluisterd,
oog tussen twee grijze schelpen,
tongpunt in een schaamspel van beton.

Zij dansen vrij en vrolijk door de zee.
Hoe ik ook ruk, ik kan niet mee.