mijn scheepje

plat op zijn rug de hemel

plat op zijn rug de hemel    

boven de vlakke zee

die wijdbeens ligt te soezen

aan de rand van het strand

dat zwaar van al het zand

zich uitstrekt aan de voeten

van de slapende duinen

tussen de liggende lijnen

lopen als uitroeptekens

twee mensen het landschap uit