mijn scheepje

Soldaat, Watouplein

Ze hebben hem voor weer en wind gekleed:
zware wollen mantel, hoge laarzen
om door de modder en het bloed te waden,
een koppelriem beladen met patronen,
een helm waarop de dood zijn tanden breekt.
Zijn rechterhand omklemt een dapper wapen,
de linker draagt de vlag van vaderland en eer.

Vol bitter plichtsbesef kijkt hij
naar wat zijn leven waard was:
het achteloos bevel om te creperen.